Angst en paniek zaaien is in de politiek een veelgebruikt en effectief middel, dat helaas ook in onze gemeente regelmatig wordt ingezet. In die categorie vallen ook de berichten dat onze gemeente zo ongeveer failliet zal gaan als de HHNK-panden Schepenmakersdijk worden aangekocht. Niet iedere lezer heeft altijd zin of tijd om zich er verder in te verdiepen, wat begrijpelijk is. Van dreigende krantenkoppen, suggestieve zinnen en misleidend gebruik van cijfers blijft daarom altijd wel wat hangen. Wie oprecht bezorgd is, maar liever zelf nadenkt en zich op feiten wil baseren in plaats van op suggestieve krantenkoppen, zal de moeite moeten nemen om nog even door te lezen.

 

Eerst even kort, daarna volgt de onderbouwing:

·         Voor ons huidige ambtenarenapparaat is de bestaande huisvesting (al jaren) te krap,

·         Krimp van het ambtenarenapparaat is de komende jaren zeer onwaarschijnlijk,

·         Extra kantoorruimte voor de gemeente is daarom hoe dan ook nodig,

·         Nieuwbouw of aankoop HHNK-panden: het gaat sowieso veel geld kosten,

·         De gemeente kan die kosten dragen,

·         De gemeenteraad moet een verstandige keuze maken, op basis van zakelijke argumenten,

·         Financiële doemscenario’s en dreigementen dragen daar niet aan bij, en zijn zinloos en onwaarachtig.

 

Bestaande huisvesting te krap

Dat er iets moet gebeuren aan de huisvesting van ons ambtenarenapparaat is al jaren geleden door alle partijen in de gemeenteraad erkend. Al in 1999 werd dit probleem gesignaleerd, en in 2003 is in opdracht van de gemeente het eerste onderzoek gedaan naar mogelijkheden van nieuwbouw, om de toen al bestaande huisvestingsproblemen op te lossen. Dat er een (groot) probleem was en is, dat is door alle partijen tot nu toe erkend. Alleen over de oplossing is men het nog steeds niet eens.

 

Krimp van het ambtenarenapparaat?

VD’80 wil de komende tijd een zogenaamde “kerntakendiscussie” voeren: kort gezegd een discussie over de vraag welke taken de gemeente per se moet vervullen en welke taken zij eventueel kan laten vervallen of aan anderen overlaten. Daarmee hoopt VD’80 te komen tot afstoting van gemeentelijke taken, en daarmee tot krimp van het gemeentelijk apparaat. Op zich is zo’n discussie altijd nuttig, vooral in de huidige financieel krappe tijden. Maar dat daar krimp uit voort zou vloeien is een illusie.

Ons gemeentelijk apparaat is al behoorlijk slank in vergelijking met andere gemeenten. Daarnaast blijven we voorlopig nog groeien, nog een jaar of tien zeker. Dus ook voor dezelfde taken zullen we meer ambtenaren nodig hebben. Bovendien komt er werk bij: steeds meer taken van het rijk worden overgeheveld naar de gemeente, die trend zal zeker nog jaren aanhouden. Daarom zou de gemeente alleen om de organisatie niet te laten groeien dus al taken moeten afstoten. Om het apparaat te laten krimpen zou je de gemeentelijke dienstverlening echt sterk moeten verminderen, en dat is voor niemand aanvaardbaar.

 

Extra kantoorruimte bouwen, huren of kopen is onvermijdelijk

In alle onderzoeken en discussies is steeds overeind gebleven en door alle partijen erkend dat er meer ruimte nodig is. Vele opties zijn onderzocht en bediscussieerd, de optie “niets doen” zat daar nooit bij. De schreeuwende behoefte aan extra ruimte blijkt ook uit de manier waarop de afgelopen jaren is gewoekerd met ruimte in de bestaande gemeentelijke kantoren: vrijwel alle vergaderplekken en opslagruimten zijn inmiddels in gebruik genomen als werkplek, er zijn werkkamers op zolder gemaakt, extra verdiepingen ingericht, portocabins bijgeplaatst en er moeten zelfs containers op het dak van het Stadskantoor worden geplaatst. Dat de ARBO hierbij in het gedrang komt moge duidelijk zijn.

 

Alle opties kosten veel geld

Verschillende oplossingen zijn onderzocht en bediscussieerd: Een compleet nieuw stads­kantoor bij de CAI, uitbreiding van het huidige stadskantoor, een nieuwe dependance bij de CAI met behoud van het stadskantoor, verplaatsing/uitbreiding van de werf,  verplaatsing/uitbreiding van Gemeentewerken aan de Mgr. Veermanlaan, tot en met de laatste variant: aankoop van de HHNK-panden aan de Schepen­makersdijk. Al die varianten kosten uiteraard veel geld. De vraag is natuurlijk welke variant het goedkoopst is, dus is er veel discussie over de kostenramingen. In de gemeentelijke notitie “Analyse inzake Huisvesting Gemeentelijke Organisatie Edam-Volendam” van 28-5-2009, aan de raad aangeboden door het laatste College van B & W (bestaande uit VD’80, CDA en VVD), zijn vijf verschillende opties gepresenteerd. Van de twee meest waarschijnlijke, concurrerende opties (aankoop/verbouw HHNK-panden of nieuwbouw dependance bij CAI) worden de uiteindelijke gemeentelijke kosten (jaarlasten) in deze notitie geraamd op min of meer vergelijkbare bedragen, namelijk 470.000 euro voor aankoop/verbouw van de HHNK-panden en 430.000 euro voor nieuwbouw van een dependance bij de CAI. Dit ondanks het feit nieuwbouw bij de CAI (10,5 miljoen) bijna het dubbele kost van de aankoop- en verbouwkosten van de HHNK-panden. Dat komt omdat de jaarlasten bestaan uit kapitaalslasten (rente en afschrijving op aankoopsom of bouwkosten) plús exploitatie­lasten (onderhoud en energie e.d.). Die exploitatielasten zijn door de gemeente voor de HHNK-panden zeer veel hoger geraamd dan voor nieuwbouw. Te hoog, is inmiddels gebleken: op meerdere punten is deze raming alweer naar beneden bijgesteld.

De conclusie is eenduidig: uiteindelijk zijn de gemeentelijke kosten van aankoop en verbouw van de HHNK-panden lager dan die van elk mogelijk alternatief. Dit zijn geen loze beweringen: u kunt die notitie er zelf op naslaan (te downloaden van de gemeentesite, bij de raadspleinstukken van 28-5-2009), evenals de latere correcties daarvan.

 

De gemeente moet en kan het betalen

Alle partijen zijn het erover eens dat er iets moet gebeuren. De jaarlijkse kosten die voortvloeien uit aankoop/verbouw of nieuwbouw moeten worden gedekt, ongeacht welke optie wordt gekozen. Deze lasten kunnen oplopend worden gespreid over de komende jaren, zodat de jaarlijkse meerkosten te overzien zijn, zoals ook blijkt uit voornoemde notitie. Bovendien staat onze gemeente er financieel goed voor, en zijn er ruime reserves opgebouwd. Dat neemt overigens niet weg dat het hier om stevige bedragen gaat. Maar een gemeente heeft nou eenmaal, om de burgers de vereiste dienst­verlening te kunnen bieden, een organisatie van voldoende grootte nodig, ook al houden we het ambtenarenapparaat hier relatief slank (zoals blijkt uit “benchmark”-onderzoeken). En net als elke andere werkgever moet ook de gemeente haar werknemers gewoon fatsoenlijk huisvesten.

 

Een verstandige keuze

Zoals bekend vinden wij als GroenLinks aankoop van de HHNK-panden de meest verstandige keuze. Daar zijn veel goede argumenten voor:

·         Hergebruik van bestaande panden is altijd milieuvriendelijker dan nieuwbouw,

·         Een energiezuinige verbouwing maakt de milieuwinst nog groter,

·         Het cultuurhistorisch erfgoed blijft bewaard en toegankelijk voor onze burgers,

·         “Onze” raadzaal blijft in gebruik, er is geen dure tweede raadzaal nodig,

·         En tenslotte, last but not least: het is de goedkoopste optie.

Hoe het ook zij: er is uitgebreid onderzoek gedaan en er zijn voldoende harde gegevens en cijfers voorhanden om de discussie te voeren en de keuze te maken op basis van concrete, zakelijke argumenten. Bangmakerij, ongegronde financiële doemscenario’s en misleidend gegoochel met cijfers horen daar niet in thuis, net zo min als de achterhaalde kommenstrijd uit vorige eeuwen.

 

Tenslotte

Bij het schrijven van dit artikel was er nog geen nieuwe coalitie en nog geen nieuw College van B & W. Het is bekend dat de huisvesting van onze ambtenaren en de aankoop van de HHNK-panden daarbij een belangrijk twistpunt is. Een paar jaar geleden was er brede overeenstemming in de Raad over de wenselijkheid van die aankoop. Daar is helaas de klad in gekomen. Bij de verkiezingen hebben naast GroenLinks ook de PvdA en de VVD zich duidelijk uitgesproken vóór aankoop. De verkiezingswinst van alle drie genoemde partijen toont aan dat onze bevolking daar in meerderheid achter staat. Wij gaan er van uit, dat deze partijen tijdens de onderhandelingen over coalitievorming op dit punt hun rug recht houden. Eén ding staat vast: wie dit punt inlevert om op het pluche te belanden, maakt zich volkomen ongeloofwaardig naar de kiezers. Die zullen dat niet vergeten, ook niet over vier jaar, bij de volgende verkiezingen.

 

Herman Sier