Nou, het is er eindelijk van gekomen hoor. Afgelopen donderdag was het dan zover dat ik de fractievoorzitter van Groen Links mocht vergezellen naar de maandelijkse raadsvergadering.

Ik voelde me weer even die 16-jarige die voor het eerst naar de bar ging en bij het onwennig binnenkomen aller ogen op zich gericht wist. Er waren diezelfde hooggespannen verwachtingen: wordt het gezellig, wie zouden er allemaal zijn en zit er eigenlijk wel iemand op mij te wachten? Eerlijk gezegd: ik denk niet dat er iemand op dat Groentje van Groen Links zat te wachten, want er was niemand in het gezelschap van ongeveer 25 mannen en 5 vrouwen die de aandrang voelde om zich aan mij voor te (laten) stellen. Behalve dan de wethouder van de Dijk en Aanverwante Zaken die mij in de pauze hartelijk de hand schudde en complimenteerde met mijn schrijverij in de NIVO. Mede gezien mijn plaagstootjes aan zijn adres kon ik deze geste des te meer waarderen. We zullen elkaar ongetwijfeld nog in de wandelgangen tegenkomen, makker.

 

Na de koffie volgde ik de raadsleden en wethouders (jammer, de burgemeester was er niet) naar een indrukwekkende vergaderruimte, opgesteld in de vorm van een arena uit de Griekse oudheid met aan het hoofd, op een verhoging, de tafels voor het College van burgemeester en wethouders. Greta Blakborn verwees me fluisterend naar de buitenste rij en drukte me op het hart dat ik alleen mocht luisteren en vooral niets mocht zeggen. Dat was toch even een tegenvaller voor een eigenwijze bemoeial zoals ik, die al vanaf de kleuterschool gewend is om minstens éénmaal per kwartier haar vinger op te steken en haar stem te laten horen (in politiek jargon heet dat ‘interrumperen’, u bent alvast gewaarschuwd). Gewapend met pen en papier en vastbesloten om alles in me op te nemen, aanschouwde ik die avond het politieke strijdtoneel. Er lag een aantal voorstellen ter bespreking en dat ging, zo had ik al snel door, volgens een bepaald stramien. De voorzitter gaf aan alle partijen de mogelijkheid tot spreken en vragen te stellen aan de verantwoordelijke wethouder. De wethouder gaf vervolgens zo goed mogelijk antwoord op alle gestelde vragen, iedereen was het erover eens of soms een beetje oneens en alle voorstellen werden uiteindelijk unaniem aangenomen. Eigenlijk wel een gemoedelijke, ‘ouwe jongens krentenbroodsfeer’ en helemaal geen verhitte discussies. Het zijn ook net gewone mensen, die politici. Ik zag bijvoorbeeld twee zwagers, die weliswaar in verschillende partijen zetelend, elkaar in een knipoog of kwinkslag wisten te vinden. Of die stoere Volendammer uit een net zo stoere volendammer partij die de burgemeester mocht vervangen als vice-voorzitter bij diens afwezigheid en tot zijn spijt de vergadering om kwart voor 10 bij gebrek aan dringende onderwerpen al moest afslaan. En al die regeltjes en gedragscodes die zo typerend zijn voor iedere groep van mensen, of het nu de plaatselijke Vereniging voor Huisvrouwen is of het College van Bestuur van een grote onderneming: een ieder wil zo graag belangrijk zijn, zijn stem laten horen of een stempel drukken op de avond, op de vergadering en binnen zijn partij.

 

Wat me opviel was allereerst de overgrote meerderheid van mannen. Ten tweede, dat die mannen allemaal ontzettend veel en lang kunnen spreken en ten derde, dat datgene wat door die vele mannen zo lang werd besproken volgens mij een stuk sneller afgehandeld had kunnen worden. Maar ja, wie ben ik eigenlijk om dat zo stellig te beweren? Inderdaad, dat betweterige Groentje van Groen Links, een vrouwspersoon die nog heel pragmatisch het credo volgt van ‘niet lullen maar pellen’ en, zoals de meeste vrouwen, intuïtief en haarfijn aanvoelt waar het in ieder gesprek of bij iedere confrontatie om draait.

 

Misschien is het voor mij als nieuwkomer goed om me bij voorbaat te realiseren dat politiek een spel moet zijn, dat met de juiste spelers, een goede regisseur en een sluitend draaiboek ook een ‘fair play’ kan zijn. Wanneer ik een dergelijke succesvolle uitvoering voor ogen zie, voor een dankbaar en geïnspireerd publiek, weet ik dat het de moeite waard zal zijn om me in deze complexe wereld die politiek heet, te begeven.

 

Net als alle andere plaatselijke partijen presenteer ik u tot slot en met trots de kandidatenlijst en de speerpunten uit het verkiezingsprogramma van Groen Links zoals die op de Algemene Ledenvergadering op 18 november jl. zijn vastgesteld.

 

Onze meest belangrijke onderwerpen uit het verkiezingsprogramma kwamen eerder al aan bod in de acties die Groen Links vorig jaar en in 2009 heeft gehouden. Denk aan de ‘Loop die Dijkactie’ van die zondag in september 2008, een geslaagd evenement waarin we ons streven naar een auto- en busvrije Dijk voor nu en voor de toekomst manifesteerden. Of onze thema-avond ‘Hier komt de Zon’, een interessante en leerzame avond in mei 2009 in het Stolphoevekerkje in Volendam met als onderwerp duurzame energie. En op de autoloze zondag in september 2009 was Groen Links de enige partij die het fietsen in onze gemeente op een ludieke wijze onder de aandacht wist te brengen. We zullen in de komende maanden van ons laten horen via de media en u informeren over wat wij als partij belangrijk vinden voor onze gemeenschap en voor de burgers.

 

 Kandidatenlijst Groen Links 2010-2014:

 

(1) Greta Blakborn, (2) Nico van Straalen, (3) Gudy van den Hogen, (4) Herman Sier, (5) Wim Jonk, (6) Ad Smits, (7) Tiny Zwarthoed, (8) John Kluessien, (9) Cor Veth, (10) Jopie Goedmaat, (11) Kees Sier, (12) Gré Kwakman, (13) Theo van Scherpenseel, (14) Karin Weel, (15) Koen Kluessien, (16) Dineke Burghouts, (17) Dick Plat, (18) Eva de Lange, (19) Vahap Duman, (20) Jannig Kwakman, (21) Bas Kolijn, (22) Jan Schilder, (23) Kees Kwakman.

 

 Op de foto:

 Lijsttrekker Greta Blakborn, Nico van Straalen, Gudy van den Hogen en Herman Sier.

 

 

 

Gudy, het Groentje van Groen Links