In de NIVO van vorige week trok Lia Tuijp, bewoonster van het Zuideinde en schrijvende lezer, fel van leer tegen de Mepperiaanse methode van wet houden. In haar artikel beschrijft ze haar frustratie over het keer op keer uitblijven van afdoende maatregelen om het Zuideinde en de Haven autovrij te maken ondanks stoere verkiezingsbeloften.
Ook uit ze haar wrevel over de overbodigheid van verkeersregelaars die als enige taak schijnen te hebben om al het autoverkeer naar hun plaats van ‘bestemming’ te dirigeren, namelijk naar het parkeerterrein aan de Haven waar toevalligerwijs ook nog eens een lekker vissie te halen valt. De schrijfster neemt geen blad voor de mond, noemt het beestje bij de naam en weet de kern van het probleem in rake bewoordingen samen te vatten. Wat mij betreft een dappere, bewonderenswaardige vrouw, die Lia Tuijp. Iemand die publiekelijk de verstokte discussie weer op gang probeert te helpen en daarvoor gebruik maakt van een democratisch verworven recht, namelijk het recht op de vrijheid van meningsuiting.
Maar in een dorp als Volendam, met al haar ingesleten tradities van ‘ons kent ons’ en patronen van verweven belangenverstrengeling zitten de bestuursvaders niet echt te wachten op van die bijdehante tantes die gewoon zeggen waar het op staat.
Ik zie het beeld helemaal voor me: een zenuwachtige redactiemedewerker springt op zijn fiets en spoedt zich naar het Stadskantoor om het lijdend voorwerp uit het artikel te waarschuwen voor mogelijk onheil. Deze persoon, de wethouder van de Dijk en Aanverwante Zaken, zit half verscholen achter zijn bureau dat dóór dreigt te buigen onder “alle plannen, rapporten, onderzoeken, voornemens etc. die er liggen om te komen tot een historisch besluit over de verkeersregeling over zowel het Noord- als het Zuideinde”.
En in al zijn vaderlijke wijsheid besluit onze wethouder heel voortvarend om dit vrouwtje maar eens “zonder voorwaarden vooraf” (Nee hoor, u hoeft zich niet inhoudelijk voor te bereiden. Welnee, u hoeft niks lekkers voor erbij mee te nemen.) op de koffie uit te nodigen.
In zijn reactie in de NIVO spreekt de wethouder tot slot de hoop uit “dat de inhoud van het gesprek kan bijdragen aan wellicht het gebrek aan informatie” waaraan mevrouw Tuijp volgens hem lijdt. In goed Nederlands betekent deze formulering dat de lacune in de informatievoorziening door het komende gesprek alleen nog maar groter zal worden. Misschien is het raadzaam voor de wethouder om, voorafgaand aan het bezoek van mevrouw Tuijp, eerst maar eens zijn bureau te gaan opruimen.
Gudy, het Groentje van Groen Links